Maand 3/07

Zonder vergunning
maalden ze door mijn hoofd
de mistige herinneringen,
zwanger van korte (fors) galmende woorden,
gekeeld door zelfbehoud

Die pompende blauwe banen
van ander slag
Ze voeren het levensrood, een nood, op en af
Géén woord kan hun tocht onderbreken
enkel de reflectie op inox 18/8

Het was hun roet dat mij het zicht ontnam
de volle passie, de typo en de moed
Want toegegeven, ja nu
ook niet later, nimmer een volbloed

En zie… het bloed verzamelde zich in mijn hoofd
de muze ontbloot
mijn ontluikende hand
de woede dooft

Een tweesprong
onttrok zich door soepele marterharen
sensueel ontdook ik de stille dood
onderhuids badend in licht
fluweel dansend van blad naar blad

nu steeds glimmend, niet meer schimmend
ga ik doelgericht
neem ik het in zicht
ga ik hand in hand
steeds te werk vanuit de losse hand

Levensloop

Het roze getekende landschap,
vorming van een plastisch element,
een lichaam.

Donkere kijkers die bij het eerste levenslicht
geboren worden tot blind azuurblauw.

De witte schamele haargroei,
bedekking van een grijze levensarme massa,
weerspiegeling van puurheid.

Dit alles in leven gehouden
door het zuivere ritmische
levensbloed.